We schrijven vaak over dat bewegen goed is voor het brein. Maar hoe werkt dat precies? Wat gebeurt er in de spieren en wat gebeurt er in het brein als je beweegt? Kort geleden verscheen er een artikel in EOS Psyche en Brein “Hoe sporten ook je hersenen fitter maakt” met de vraag of we de effecten van sport ook zouden kunnen verkrijgen door een pilletje te nemen? Het artikel gaf een mooi overzicht over hoe de spieren en de hersenen samenwerken.
Het artikel beschrijft in het kort de positieve effecten van sport. Studies laten zien dat regelmatig sporten de hersenen verandert. Bij mensen die in een experiment regelmatig wandelden, werd de hippocampus groter. Dat is een breinstructuur die essentieel is voor het geheugen. Bovendien had wandelen een positief effect op het geheugen.
Dit is één studie uit vele. In 2025 publiceerden wetenschappers uit Australië en de VS een groot overzichtsartikel. Zij onderzochten alle bestaande literatuur en voegden de data van deze studies samen tot een nieuwe analyse (een meta-analyse) van de gegevens van ongeveer 260.000 proefpersonen.
Hun conclusie: sporten is goed voor het geheugen en bevordert de mentale capaciteit, zelfs bij lage intensiteit. Het is daarnaast goed voor de uitvoerende functies van de hersenen. Denk daarbij aan de snelheid van handelen, maar ook aan het goed en precies uitvoeren van bewegingen (Singh Br. J. Sports Med. 2025). Onderzoekers bestuderen de onderliggende mechanismen van deze positieve effecten momenteel volop.
Steeds meer onderzoek duidt erop dat de spieren, als we ze gebruiken, bepaalde stofjes afgeven die een positief effect kunnen hebben op het brein. Dit biologische communicatiesysteem tussen de spieren en het brein noemt men ook wel de spier-hersen-as. Deze stoffen afkomstig van spieren heten myokines (van het Griekse "myo", dat spier betekent). Intussen zijn er meer dan 600 verschillende myokines bekend, en van een paar weet men dat ze direct of indirect de hippocampus beïnvloeden.
Een goed voorbeeld van zo een myokine is het molecuul cathepsine B. Verschillende, opeenvolgende studies lieten zien hoe cathepsine een rol speelt in de spier-hersen-as. Een eerste experiment liet zien dat cathepsine B door de spieren afgegeven wordt tijdens inspanning. Vervolgens liet een ander experiment zien dat als je dit stofje aan zenuwcellen uit de hippocampus van muizen geeft, dat deze cellen BDNF (Brain-derived neurotrophic factor) maken. BDNF is een stofje dat ervoor zorgt dat er nieuwe zenuwcellen aangemaakt worden en dat zenuwcellen in het brein kunnen overleven.
BDNF zorgt er ook voor dat zenuwcellen zich in een zenuwcelnetwerk kunnen nestelen door verbindingen met andere zenuwcellen aan te gaan en die verbindingen sterker te maken. Het speelt ook een belangrijke rol in het geheugen. Een laatste experiment met muizen liet zien dat wanneer cathepsine B uitgeschakeld werd, muizen hun ruimtelijke oriëntatie minder goed konden onthouden. Kortom, het molecuul was belangrijk bij het opslaan van ruimtelijke informatie van het korte naar het lange termijn geheugen.
Deze positieve effecten op het geheugen werden ook gezien in mensen. Zo trainden proefpersonen vier maanden lang op een loopband, waardoor de concentratie cathepsine B in het bloed toenam. Het bleek, hoe sterker de concentratie cathepsine verhoogde, des te beter scoorden de proefpersonen in een geheugentest die ze net voor en na het trainingsprogramma aflegden.
Irisine en lactaat zijn twee andere myokines die bij inspanning afgegeven worden door de spieren en die via BDNF het brein beïnvloeden. Irisine werd de laatste jaren veel onderzocht in onderzoek naar Alzheimer, omdat bleek dat mensen met Alzheimer een verlaagde spiegel hebben in de hippocampus.
Het artikel is eerder sceptisch over de vraag of we de effecten van sport ook kunnen krijgen via een pilletje. In het verleden hadden behandelingen met één enkel molecuul vaak bijwerkingen (EOS Psyche en Brein, nr. 3, 2026, “Hoe sporten ook je hersenen fitter maakt”). En waarom zou je voor een enkele pil kiezen als je ook lekker kunt bewegen? Binnen met Fietslabyrint bijvoorbeeld, of buiten als dat nog kan. Zo laat je veel van je myokines aan het werk.