Onderzoek laat zien dat mensen met dementie nog steeds veel zitten of in bed verblijven, meer dan hun leeftijdsgenoten zonder dementie (Hartman 2018). Terwijl gezondheidsorganisaties zoals de WHO juist pleiten voor meer bewegen om gezond ouder te worden. Toch zijn er nog onvoldoende beweegprogramma’s die voldoen aan de beweegrichtlijnen voor volwassenen met dementie. Vooral in verpleeghuizen is weinig onderzoek gedaan naar beweegzorg die volledig aan deze richtlijnen voldoet. Eerder onderzoek Esther Karssemeijer samen met Fietslabyrint, liet al zien dat beweegzorg beter vol te houden is wanneer deze goed wordt begeleid en aansluit bij de persoonlijke interesses van deelnemers, zoals mogelijk is met Fietslabyrint (Karssemeijer 2019).
Onderzoeker en fysiotherapeut Dennis Boer vond dat dit anders kan. Samen met zijn onderzoeksteam, THERA-Trainer en Fietslabyrint onderzocht hij of een 10 weken durend, gepersonaliseerd beweegprogramma haalbaar is voor mensen met dementie. De resultaten van dit onderzoek werden recent gepubliceerd in The Journal of Aging Research & Lifestyle (Boer 2025). Er werd onder andere gekeken naar de uitvoerbaarheid van het programma, veiligheid, de acceptatie door deelnemers en begeleiders en therapietrouw (“completion of assessments, participant adherence, adverse events, and acceptability by participants and supervisors”).
Het onderzoek werd uitgevoerd in twee verpleeghuizen. Deelnemers hadden de diagnose dementie, woonden in het verpleeghuis, konden minimaal 50 meter wandelen (met of zonder hulp) en stonden positief tegenover deelname aan een beweegprogramma.
Het programma bestond uit vier beweegmomenten per week:
De deelname bleek hoog. De groepssessies werden in 92% van de gevallen bijgewoond en de individuele Fietslabyrint-sessies in 87%. Slechts één deelnemer stopte volledig. Negen deelnemers voltooiden beide onderdelen, en één deelnemer maakte alleen het individuele fietsprogramma af.
Tijdens de studie werden 137 bijwerkingen (“adverse events”) geregistreerd. Negen daarvan werden mogelijk toegeschreven aan de beweeginterventie, maar waren allemaal mild en van voorbijgaande aard (bijvoorbeeld vermoeidheid).
De waardering voor het programma was eveneens positief. De deelnemers gaven gemiddeld een score van 4,3 op een schaal van 5. Ook begeleiders waren enthousiast. Zij gaven aan dat kennis over dementie, persoonsgerichte communicatie en een op de persoon afgestemde benadering positief bijdragen aan de uitvoering. Een uitdaging was het inpassen van het programma in de dagelijkse routine van het verpleeghuis.
De onderzoekers concluderen dat dit 10 weken durende beweegprogramma goed uitvoerbaar en haalbaar is voor mensen met dementie in het verpleeghuis. De volgende stap is een uitgebreidere studie met controlegroep, waarin ook gekeken wordt naar de daadwerkelijke effectiviteit van de interventie.
Een belangrijke kracht van de studie is de persoonlijke begeleiding. Gepersonaliseerde routes en gerichte ondersteuning door de fysiotherapeut droegen bij aan de hoge deelname en veiligheid. De combinatie van groepssessies en individuele Fietslabyrint-sessies zorgde bovendien voor sociale interactie én individuele betrokkenheid, beide belangrijke motivators om te blijven bewegen.
Tegelijkertijd kent de studie enkele beperkingen: